

Uw knie is een scharniergewricht dat bestaat uit drie delen: onderkant
dijbeen, bovenkant scheenbeen en knieschijf.
Deze delen zijn met elkaar
verbonden door middel van spieren, pezen, kapsels en een aantal stevige
banden. De uiteinden van de botten zijn bedekt met kraakbeen zodat uw knie
soepel en pijnvrij kan bewegen. Tussen de botuiteinden van het dijbeen en
het scheenbeen zitten de binnen- en buitenmeniscus die de schokken opvangen
en de wrijving in de knie verminderen.
Door een ongeluk, een botbreuk, een
eerdere meniscusverwijdering of door veroudering kan de kraakbeenbedekking
slijten. Dit noemen we slijtage of arthrose. De knie kan stijf worden en
pijn gaan doen.
Soms treedt de pijn pas op bij intensieve activiteiten, maar
later ook bij de normale dagelijkse dingen of zelfs ‘s nachts.
Meestal zit de slijtage het eerst aan de binnenkant van de knie, dat wil zeggen de kant waar de beide knieën elkaar raken.
De opnameduur is ongeveer één week à 10 dagen.
De operatie duurt ruim een
uur en kan gebeuren met een ruggenprik of algehele verdoving.
Het versleten
kraakbeen van het boven- en onderbeen wordt verwijderd en vervangen door
twee metalen prothesedelen die met botcement worden vastgezet. Hiertussen
wordt een kunststof schijfje geplaatst dat functioneert als de nieuwe
meniscus.
Dit gebeurt met een verticale snee van ongeveer 15 centimeter aan
de voorzijde van de knie.
In het begin krijgt u voldoende pijnstilling van de anesthesist om oefeningen te kunnen doen. Deze oefeningen zijn in de eerste dagen na de operatie zeer belangrijk en deze dient u zelf te doen.
Direct na de operatie wordt er een drukverband aangelegd. Dit wordt de volgende dag vervangen door een elastische kous.
De hechtingen worden er afgehaald tijdens de controle die ongeveer 14 dagen na de operatie plaatsvindt. Het is verstandig om de knie zeven dagen droog te houden zodat de wond veilig dicht kan groeien. Zwemmen en baden mag u weer als alle pleisters eraf zijn en de wond droog is.
De eerste weken loopt u met
krukken. Hierbij mag de voet de grond wel raken, maar mag het been in het
begin nog niet echt belast worden.
In de eerste vijf dagen zit u met het been regelmatig omhoog.
Vanaf de tweede dag tot en met de
vijfde week gaat u het been geleidelijk aan meer belasten en de krukken
weglaten, onder leiding van een kinésist.
De eerste twee weken voelt het been nog gezwollen aan en kunnen er bloeduitstortingen te zien zijn in het hele onderbeen en in de knieholte.
De hele herstelperiode duurt gemiddeld 12 weken voor wat betreft de zwaarste fase. Ook na deze periode kunnen er wat beperkingen blijven.
Het is belangrijk dat u voor de operatie nuchter bent. Dit betekent dat u zes uur vóór de operatie niet mag eten en twee uur vóór de operatie niet mag drinken. Wanneer u dus 's morgens geopereerd wordt, kunt u geen voedsel meer tot u nemen. Is uw operatie ná 13.00 uur, dan is het toegestaan om in de ochtend nog een licht ontbijt te nemen. De specialist zal dit tijdens het consult met u bespreken.
Mogelijke complicaties zijn een infectie, vertraagde wondgenezing of een nabloeding. Soms kan de infectie in de knie pas maanden later optreden. Ook zonder dat er sprake is van een infectie kan de prothese vroeg of laat loslaten. Een niet veel voorkomende complicatie na een operatie van de knie is het ontstaan van een trombosebeen of een longembolie. Bij een trombosebeen is er sprake van een stolsel in de diep gelegen aderen van het been. Als een deel van dit stolsel losraakt en vastloopt in de bloedvaten van de longen spreekt men van een longembolie.
Wij hebben u hierboven algemene informatie over de behandeling van een knieprothese gegeven. Deze behandeling is een veilige en betrouwbare chirurgische ingreep. U wordt naar beste kunnen behandeld, maar er kan geen garantie gegeven worden op een goed resultaat of een ongestoord verloop. Mocht u na het lezen toch nog vragen hebben, dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen. Wij zijn u graag van dienst!